Diabetische voet



Diabetes mellitus of suikerziekte.

Suikerziekte is een aandoening waarbij teveel glucose (suiker) in het bloed blijft zitten. Ons lichaam heeft glucose nodig als brandstof  en Een deel van ons eten wordt omgezet in glucose om dienst te doen als brandstof voor bijvoorbeeld onze spieren. Hebben we die brandstof nog niet nodig, dan slaat het lichaam dit op (onder nadere in de lever) of het wordt verbrand, waarbij cholesterol ontstaat. Om glucose op te slaan is insuline nodig, een stof die in de alvleesklier aangemaakt wordt.

 

Diabetes type I of type II.

Type I is acuut ontstaan, bijvoorbeeld door een ontsteking aan de alvleesklier of een ongeluk met buikletsel. Vanaf dat moment kan het lichaam geen insuline meer maken en kan de suiker niet meer in de cellen komen. In dit geval weet men bijna direct dat er insuline gespoten moet worden. Hierdoor wordt de suikerspiegel ook vlug weer normaal en kan de schade meevallen. Voordat er insuline beschikbaar was, was iemand ten dode opgeschreven.

Type II ontstaat geleidelijk. Naarmate we ouder worden gaat ons lichaam minder functioneren en is er meer insuline nodig om de cellen bestemd voor suikeropslag te openen. In veel gevallen volstaat een tablet, dat als het ware olie is voor de sloten van de cellen: nu werkt de insuline effectiever. Als dat niet meer werkt bestaat de mogelijkheid, dat de alvleesklier te veel insuline moet gaan produceren en er op een dag mee uitscheid. Dan moet de patiënt ook insuline gaan spuiten.

Het verschil in complicaties tussen type I en type II zit vooral in de tijdsduur voor het ontdekt wordt. Bij type II kan dat soms wel jaren duren, ontdekking komt pas als er klachten ontstaan. Helaas zijn die klachten onomkeerbaar!

    10 algemene adviezen voor de diabetespatiŽnt:
  1. Was uw voeten dagelijks, maar vermijd te koud of te warm water (gevoelloosheid!). Droog de voeten zeer zorgvuldig maar voorzichtig af en wrijf ze in met een dunne olie of voetenbalsem, niet tussen de tenen. Let speciaal op de ruimte tussen de tenen op de aanwezigheid van schilfers of kloofjes.
  2. Bekijk dagelijks uw voeten en let op roodheid, blaren, wondjes, eeltvorming en kloven.
  3. Bedenk dat bij gevoelloosheid uw gewone alarmsignalen zoals pijn onvoldoende werken om een wondje of ontsteking op tijd op te merken.
  4. Bij het ontstaan van wondjes moet direct contact opgenomen worden met de behandelende arts.
  5. Gebruik nooit een kruik in bed (gevoelloosheid!)
  6. Nagels mogen alleen recht worden afgeknipt om ingroei van de nagels te voorkomen.
  7. Geen likdoornpleisters gebruiken! Eelt en likdoorns moeten wel verwijderd worden, maar alleen door een podotherapeut of pedicure met diabetesaantekening.
  8. Inspecteer uw schoenen dagelijks voor het aantrekken op steentjes, richels, naden of andere zaken die uw voeten kunnen beschadigen. Klop ze voor gebruik uit.
  9. Loop zowel binnen als buitenshuis zoveel mogelijk op de juiste schoenen.
  10. Koop nieuwe schoenen aan het einde van de dag als uw voeten wat zijn opgezet. Het kan zelfs nodig zijn dat u dan een grotere maat nodig heeft.